Niet weten en wijs worden

Niet weten en wijs worden

Wist je dat de mens uit de oudheid, in de tijd van Plato en Socrates, aan zichzelf werkte? Alleen noemde hij het niet zo, hij streefde ernaar om een moreel hoogstaand persoon te worden. Ik zeg nadrukkelijk hij want ik heb het over de burgers uit de stadspolis Athene. Dat waren mannen met burgerrechten. Daarnaast waren er ook slaven die uiteraard geen rechten hadden en dus ook niet de ambitie om een hoogstaand persoon te worden. En ten slotte de vrouwen. Die hadden toen net als de slaven niets te vertellen en waren hoogstens geschikt om voor nageslacht te zorgen.

Je hoort me niet zeggen dat dit goede tijden waren, maar wel dat het kennelijk belangrijk was om een goed burger te zijn. Zowel voor de gemeenschap als voor de persoon zelf.

We zijn nu 25 eeuwen verder en de filosofie is bezig met een enorme comeback. God is volgens Nietzsche dood, en in het westen zijn de kerken leeggestroomd.
Als je psychische problemen hebt kun je naar een psycholoog gaan. Dat doen ook veel mensen, evenals naar een coach gaan, meestal als ze advies willen. En toch komen er steeds meer mensen, ik moet toegeven dat het merendeel vrouwen zijn, die aanvoelen dat ze hun eigen wijsheid willen aanboren omdat ze weten dat die er is. Ze hebben genoeg van een behandel- of stappenplan maar zoeken naar wie ze echt zijn en vooral willen zijn, naar hun eigen waarheid en daaraan gekoppeld naar een nieuwe vrijheid.
We hebben levensvragen die ons behoorlijk bezighouden, maar de antwoorden hebben we niet. En denk nu niet dat je bij een filosoof de antwoorden kunt halen. Bij mij zeker niet! Niet voor niks heb ik een foto van Socrates op mijn website en weet je wat o.a. bekend is over deze man? Dat hij beschouwd werd als de wijste man van Athene.
Het orakel riep dat over hem af en toen Socrates daarover ging nadenken, een orakel mag niet liegen, snapte hij het. Want hij was de enige van al die Atheners die gewoon toegaf dat hij niets wist. Niets wat van belang was over de grote vragen van het leven. De existentiële vragen dus. En al die anderen, die blaaskaken meenden daar wel verstand van te hebben. Socrates stelde hen pittige vragen en een voor een vielen ze door de mand.

In mijn praktijk laat ik niemand door haar of zijn mandje vallen, wat ik wel doe is onderzoeken welke overtuigingen kloppen en welke niet. Welke aannames er in je vraag schuilen. Vanuit het niet-weten kun je tot diepe wijsheden komen, tot grote inzichten. Als je op een punt komt dat je zegt: ik weet het echt niet, dan, en dan pas komt de wijsheid bovendrijven.

Hoe? Ontdek het zelf.

Rita Muilwijk