Kinderfilosoof Rotterdam: je staat er niet alleen voor!

In ideale gezinnen praten ouders regelmatig met hun kinderen. Ze hebben al snel door dat hun iets dwars zit en ze voelen aan wat hun kind nodig heeft. Maar ja, ideale gezinnen bestaan niet en kinderen hebben het anno 2016 in dit land best moeilijk. Als je in de krant leest dat Nederlandse kinderen bij de top 5 van de gelukkigste kinderen horen, vraag ik me altijd af hoe je zoiets kunt meten. Welk kind zegt dat hij of zij ongelukkig is als je het ernaar vraagt? Zo staat ons land ook in de top 5 van de welvarendste landen, waar de beste zorg is en de mensen het gelukkigst zijn.

Ik neem al die top 5 lijsten, die onze minsterpresident zo graag vermeldt omdat dit goed in zijn kraam te pas komt, met een paar pondjes zout.
En, in het geval dat het klopt, dan is het in de rest van de wereld nog erger.
Hier zijn problemen genoeg en in deze blog wil ik het over Nederlands kinderleed hebben.

Wat jammer toch dat opvoeding geen vak was op de lagere- en middelbare school. We hebben het niet geleerd en als we dan kinderen krijgen doen we ons best om er iets van te maken.
Als je zelf slecht bent opgevoed is de kans aanzienlijk groter dat je dezelfde fouten maakt die je ouders gemaakt hebben. Voordat je daar achter komt zijn je kinderen al bijna de deur uit en is de schade nog maar moeilijk te repareren.

Wist je dat 1 op de 10 Nederlandse kinderen een of andere vorm van jeugdzorg krijgen? Er van uitgaand dat er ruim drie miljoen kinderen zijn, kom je aan 300.00 kinderen die problemen hebben. En dan zijn er nog minstens zoveel die evengoed problemen hebben maar geen hulp krijgen.

Als je met je kind naar een psycholoog gaat, ga je ervan uit dat er iets aan het kind mankeert. Maar meestal mankeert er alleen wat aan de ouders.

Wat heeft een kind nodig? Geef je haar dit? Mogen je zoon en dochter er zijn met al hun minpunten? Hou je onvoorwaardelijk van hen? En heb je tijd voor hen of word je opgeslokt door je eigen beslommeringen.
Jonge kinderen stellen graag en veel vragen. Natuurlijk kun je die niet allemaal beantwoorden. Maar ze stellen niet voor niets vragen, ze zijn verwonderd over alles wat ze zien en meemaken. Ze zijn nog nieuw in deze wereld en enthousiast.

Als kinderfilosoof luister ik naar kinderen en praat met hen. Ik neem hun vragen serieus. Ze voelen zich erkend en gewaardeerd, ze krijgen aandacht. Ik stel hen vragen die hen aan het denken zetten. Ja, ze mogen er zijn. Ja, het is normaal dat je bang en verdrietig bent als je gepest wordt. Ja, het is normaal dat je nerveus wordt als je ouders voortdurend ruzie maken. Nee, je hoeft niet de beste van de klas te zijn. Je mag zijn wie je bent. Dat is je geboorterecht.
Zo krijgen ze meer en meer zelfvertrouwen. Ze praten en stellen zichzelf vragen. Wat ze bij mij leren brengen ze thuis en op school in de praktijk.
Een kinderfilosoof? Ja, er kunnen er niet genoeg van zijn.